Beter schrijven kun je leren

Ik ben ervan overtuigd dat bijna iedereen met schrijfambities het in zich heeft om beter te leren schrijven.  Net zoals alle vaardigheden kun je je schrijfkwaliteiten ontwikkelen met studie, oefening en een helpende hand hier en daar. Dit kost natuurlijk tijd en moeite.
Voor mij geldt dat ook. Als ik mijn creatieve schrijfwerk van een paar jaar geleden vergelijk met dat van nu, heeft er beslist een ontwikkeling plaatsgevonden. Die komt niet uit de lucht vallen, daar heb ik energie in gestoken.
Ik wil graag met jullie delen wat ik geleerd heb over creatief schrijven en heb daar vandaag een plek voor aangemaakt op de informatiesite Plazilla. Mijn eerste artikel: vier impopulaire manieren om veel beter te schrijven.

Ik ben heel benieuwd of je er wat aan hebt, laat het me weten! 🙂

Advertenties

Shortlist schrijfwedstrijd Parelz – Azra magazine

Een geweldig bericht in mijn mailbox vandaag: ik zit bij de shortlist voor de winnaars voor de Azra schrijfwedstrijd. Hoe ontzettend leuk is dit? 

 

Redactie Azra Magazine

Beste deelnemers van de Azra Magazine schrijfwedstrijd,
 

Zoals jullie misschien al gezien hebben op de Parelz-website, waren er maar liefst 64 inzendingen voor de allereerste Azra Magazine schrijfwedstrijd. Een prachtig aantal waar we heel tevreden mee zijn. De inzendingen waren grotendeels van hoog niveau en we hebben genoten van jullie werk. Deze schrijfwedstrijd zal volgend jaar zeker herhaald worden.

We hebben het beoordelen van de verhalen naar voren gehaald omdat de unieke mogelijkheid zich heeft voorgedaan dat Parelz en Azra Magazine in september op Manuscripta (de jaarlijkse opening van het boekenseizoen) staan en we hier dus het nieuwste nummer van Azra kunnen presenteren, samen met de winnaar van de wedstrijd. In deze vierde editie van Azra zullen ook artikelen staan over de weg naar succes in schrijfwedstrijden en over wat een kort verhaal precies is.

Nominaties

Inmiddels hebben LeoArie Elsenaar en ik alle verhalen gelezen en hebben we de genomineerden vastgesteld. We zijn tot maar liefst zes nominaties gekomen. Deze zijn in alfabetische volgorde:

Cat Hil- Groene vingers

Marcel de Laat- Jongen met pit

Pseudoniem- De tranen van de wassende maan

Ellen de Ruiter- De laatste strijd

Lilian Schneider- Passie voor het leven

Kees de Waal- Meidoorn

 

We willen alle genomineerden hierbij feliciteren en ze vragen om ons per reply te laten weten of ze wel of niet op 1 september op Manuscripta zullen zijn om bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn.

We hebben besloten dat we naast de winnaar twee eervolle vermeldingen gaan geven. Maar we vinden de kwaliteit van de genomineerde verhalen van dien aard dat we een extra verrassing hebben: alle genomineerde verhalen zullen in een van de komende edities van Azra Magazine worden gepubliceerd!

Bekendmaking winnaar op zaterdag 1 september op Manuscripta in Amsterdam

Wie de winnaar is zal bekendgemaakt worden op zaterdag 1 september vanaf 14:30 uur op Manuscripta, aansluitend op het interview met Lucas Zandberg en Helena Rentmeester over ‘vallen en opstaan in het schrijversleven’ op het podium in Gashouder 1. We nodigen iedereen van harte uit om hierbij aanwezig te zijn.

 

 

Tropenverhaal is nieuwe VrouwenQuiller

.

Mijn nieuwe verhaal ‘Een interview in de tropen’ is vandaag geplaatst op de site van VrouwenThrillers.nl. Een quote:

Sinds september 2009 houdt VrouwenThrillers.nl een open wedstrijd voor (aspirant) schrijvers en schrijfsters: de VrouwenQuiller (spreek uit: “VrouwenKiller”). De VrouwenQuiller is een “Quick VrouwenThriller”, een spannend verhaal in maximaal 4000 woorden.

Leuk initiatief, nietwaar? Mijn verhaal ‘Een interview in de tropen’ is de nieuwe VrouwenQuiller. Een verloren man met een geheim motief, een onomkeerbare daad op een tropisch eiland en een rijke, maar niet zo aardige vrouw: dat kan niet goed aflopen. Laat me weten wat je ervan vindt! Hieronder de eerste alinea’s van ‘Een interview in de tropen’, klik door om het hele verhaal te lezen.

Een interview in de tropen

Het huis was nog groter dan op de foto’s die Michael Kinan ervan had gezien in glossy magazines. Hij nam aan dat het gebouwd was van beton, zoals de meeste huizen op Aruba, maar de muren waren wit bepleisterd en versierd met glanzende natuursteen. Rode dakpannen, balkons met sierlijk gedraaide spijlen en uitbundig bloeiende bougainville. Zijn oog viel op een naambord aan de gevel: Barracuda Home, in schuin sierschrift. Het tuinpad vertakte zich vlak voor de deur naar rechts. Richting de kust achter het huis, veronderstelde hij. Het helderblauwe water van de Caribische zee was vaag zichtbaar achter de bloeiende planten en de palmen rondom het huis. 
Eindelijk was hij bij de voordeur. Het verbaasde hem dat hij zonder meer had kunnen doorlopen zonder dat hem een haar in de weg was gelegd, tot hij de beveiligingscamera boven de deur zag. De donkere lens was op hem gericht.
Lees meer

Verhaal: we kunnen ervan eten

De voeten van Michels moeder stonden geen moment stil. Ze tikte met haar hakken op de grond, wiebelde met haar enkels en strekte haar kuiten, zodat Michel haastig moest wegschuiven om haar puntige schoenen niet in zijn gezicht te krijgen. Zijn zitvlak schoof daarbij hoorbaar over de vloer en hij hield geschrokken zijn adem in, maar de volwassenen rond de eettafel praatten ongestoord verder.

Michel zat al lang onder de grote tafel in de eetkamer van zijn huis.  Zijn ouders en grootouders hadden al die tijd zitten eten. Hij wist niet dat grote mensen zo lang konden doorgaan met eten. Zo af en toe was zijn moeder opgestaan en hoorde hij de heldere geluiden van borden en bestek dat opgestapeld werd. Steeds kwam ze al snel terug met nieuw voedsel. Hij hield zich muisstil, zodat ze hem niet zou horen of zien. Dan het bonken van een nieuwe schaal op tafel, het schrapen van een opscheplepel en de koerende lofprijzingen van oma Marjon: ‘O God wat is dit heerlijk, wat kan jij toch goed koken, Gemma’. En opa Willem: ‘Hou toch op, jij vindt alles lekker’.  Het was even stil rond de tafel en Michel verstarde. Toen een tinkelend lachje van zijn moeder, waarna zijn vader inviel met zijn warme, hartelijke schaterlach. Oma Kokkie en Opa Jan deden mee en een paar tellen lang was de kamer gevuld met vrolijke geluiden.
Michel herademde. Hij draaide zich op zijn rug. Het tafelblad vormde een reusachtig donker vlak boven hem. Zijn ouders en vier grootouders bezetten maar de helft van het aantal stoelen. Een glanzend donkergroen tafellaken hing tot halverwege hun kuiten.   Nu en dan viel een doperwtje op de grond, of wat kruimels van het gesneden stokbrood. Brokjes en stukjes van het gesprek bereikten hem ook, maar die waren niet wat hij ervan verwacht had. Ze hadden het over het weer, over mensen die dood waren gegaan en over de nieuwe koelbus.
Michel vroeg zich af wanneer ze de geheimen nu eindelijk zouden bespreken. Volwassenen hadden het altijd over geheimen als kinderen er niet bij waren, dat wist iedereen. Daarom hielden ouders soms plotseling op met praten als hun kinderen binnenkwamen.  Hij geeuwde, geluidloos met zijn hand voor zijn mond.

Plotseling hoorde hij zijn naam. Wat was dat? Hij probeerde zijn oren te spitsen. Hij voelde de spieren in zijn hoofdhuid trekken maar geloofde niet dat zijn oren echt spits werden. Het hielp ook niet om beter te horen.

‘…begint eindelijk aan te spekken’, zei zijn moeder. ‘Binnenkort kunnen we er lekker van eten’.  Opa Willem viel in: ‘Hoor je dat, Marjon? Eten, dat kun je wel, hè!’
Dit keer geen gelach. ‘Nou weten we het wel, Willem.’ Opa Jan klonk geïrriteerd.  ‘Wat zei je, Gemma? Breken de vette jaren eindelijk aan? Werd tijd ook, na al dat werk dat jullie erin hebben gestoken.’
Mama lachte, weer dat kristalheldere lachje. Michel hoorde haar niet vaak lachen. Ze glimlachte soms, als hij zijn speelgoed opruimde of als hij zijn bord leegat. Vooral dat laatste vond ze belangrijk. Hij keek naar zijn buik, die mollig en roze boven zijn pyjamabroek opbolde.

‘Vergeet niet dat we het met heel veel liefde hebben gedaan’,  zei ze. ‘Het was onze droom en we hebben er veel voor gelaten. Na die snelle groei van het afgelopen jaar zijn we eindelijk in staat ervan te eten. Daar deden we het voor, ja toch Rob?’
Michel draaide zich terug op zijn buik. Pas geleden had zijn vader net zoiets tegen hem gezegd: ‘Ongelooflijk hoe jij deze zomer gegroeid bent’. Hij had gelachen en hem een klopje op zijn hoofd gegeven. Daarna was hij naar de keuken gegaan en had vanuit de deuropening een muffin naar hem toegegooid. Michel had hem met een sprongetje uit de lucht gegrist.

‘Ik vind dat jullie het hem eerst moeten vertellen.’ Dat was Oma Kokkie. ‘Het is toch niet eerlijk voor dat joch als jullie dit gaan doen zonder dat hij het van te voren weet?’
‘Nee Ma, dan wordt hij alleen maar bang.’ De diepe stem van papa. ‘Nergens voor nodig. Het is snel genoeg achter de rug.’
‘Maar hoe kun je hem nou niet voorbereiden? Dat is toch zielig!’
Zijn moeder kwam tussenbeide. ‘Lieverd, we waarderen het dat je je zorgen over Michel maakt maar we  hebben er echt goed over nagedacht. We willen dat hij het pas kort van te voren hoort. Het is toch al zo’n piekeraar. Laten we hem nou lekker zorgeloos houden zolang het kan.’
Ze klonk geprikkeld, net zoals ’s avonds als hij niet wilde gaan slapen. Gisteravond was hij netjes op tijd in bed gekropen en ze had hem een stevige welterustenkus op allebei zijn wangen gegeven. Wat had ze ook weer gezegd? Lekkere wangetjes, zoiets. Ze kon hem wel opeten, dat was het. Hij had erom gegiecheld.
Oma Kokkie weer: ‘Maar toch’… Papa viel haar in de rede. ‘Ma, we hebben er niet voor niets al die tijd bovenop gezeten. Wat Gemma al zei: we kunnen er nu van eten, en meer dan dat. Eindelijk zit er een vetrandje aan en dat is voor ons. We houden ontzettend veel van Michel, dat weet je, maar het is niet anders.’

De volwassenen schrokken op uit hun gesprek door een eigenaardig jammergeluid van onder de tafel. Gemma’s ogen werden groot toen ze haar achtjarige zoon opgekruld in een foetushouding op de beschaduwde parketvloer zag liggen.  Hij reageerde niet op haar stem of haar aanrakingen. Nadat zijn vader hem, onhandig in zijn verstarde houding, had opgepakt en naar bed gebracht, bloedde de conversatie al snel dood. Van boven hoorden ze zijn zware voetstappen, het openzwaaien van Michels slaapkamerdeur en daar tussendoor nog steeds het woordloze gejammer.
Haar ouders en schoonouders bleven niet voor de koffie. Oma Kokkie hield haar blik afgewend, knikte stroef in haar richting en liep naar buiten, haar tas in haar magere handen geklemd. Gemma nam afscheid van de anderen en ruimde daarna de tafel op. De jaarrekening van hun cateringbedrijf die ze vol trots hadden laten zien legde ze aan de kant, met daarbovenop de folders van de wintersportvakantie die zij en Rob hadden geboekt. Hun allereerste vakantie zonder Michel.

Fragment van verhaal Thuiszorg

Met het verhaal Thuiszorg heb ik de tweede prijs gewonnen in thrillerwedstrijd Duistere Signalen. Binnenkort verschijnt de megadikke, gelijkluidende verhalenbundel met dit verhaal, en alle andere verhalen die door de jurering zijn gekomen. Lijkt me een heerlijk boek.

Hier een fragment, de eerste alinea’s van het verhaal. Klinkt nog niet als een thriller, hè? Klopt, de spanning volgt pas later in het verhaal.

Thuiszorg

Zijn vingers bewogen soepel langs de snaren van de harp. Elke snaar die hij beroerde vibreerde met een zuivere toon, een kristallen druppel in de mist van straatgeluiden en het zoemen van de koelkast. Een regenbui van fonkelheldere klanken doordrenkte de hoge kamer van zijn smalle woning aan de gracht. Hij sloot zijn ogen en gaf zich over aan Liebestraum van Liszt.

Een bons, een klap en dan een gierend loeien, boven de muziek uit. Door het matte glas van de kamerdeur zag hij een jonge vrouw door de gang heen en weer lopen. Ze duwde een stofzuiger voort. Zijn vingers vervolgden automatisch hun dans langs de snaren maar de betovering was verbroken. Toen de vrouw de kamerdeur openduwde met haar elleboog terwijl ze met haar andere hand de ouderwets grote stofzuiger langs de deurpost naar binnen sleurde, gaf hij het op. Hij liet zijn handen zakken. De harp trilde na met een enkele noot die verdween in het kabaal van de stofzuiger.

Wolf en een beetje Roodkapje

Dat arme oude vrouwtje, denkt Wolf. Hij ziet het blije gezicht van Roodkapjes oma al voor zich als hij haar straks zijn zelfgeplukte margrieten komt brengen. Oude mensen zijn eenzaam, dat weet iedereen. En ze is nog ziek ook. Een bloemetje of drie nog, dan is het wel genoeg.

Met de margrieten tussen zijn voetkussentjes geklemd staat hij even later voor een klein huis van witgeschilderd baksteen, midden in het bos. Daar woont ze. De kanten gordijnen voor de ramen zijn gesloten. Roodkapje is er nog niet, die heeft hij zojuist op een open plek zien zitten met een knul. Hij liet zich maar niet zien, maar hij hoorde haar wel zeggen dat ze niet lang kon blijven, omdat ze haar zieke oma boodschappen moest brengen. Naast haar op het mos stond een enorme shopper van de Lidl. Toen Wolf wegsloop zag hij nog net hoe ze een zak mini-Snickers uit de tas trok.

Hij heft een harige klauw en tikt met zijn nagel op de deur.
‘Wie is daar?’ Oma klinkt zwak, beverig.
‘Ik ben het, Roodkapje!’ antwoordt hij ondeugend met een hoge stem. Hij moet er zachtjes om  giechelen. Wat zal ze opkijken.
De krachteloze stem van Oma klinkt opnieuw. ‘Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.’
Wolf pakt het rafelige touwtje dat uit de brievenbus hangt en trekt. De deur zwaait piepend open. Met één grote sprong staat Wolf midden in de kamer, vlak naast het ziekbed van Oma. ‘Tadáááá!’ schreeuwt hij met een brede lach, zijn voorpoten kolderiek gespreid.

Maar er is iets mis, het klinkt niet als tadáááá, het klinkt als een grauw. Oma verbleekt. Ze grijpt de karaf water van het nachtkastje en gooit die tegen zijn snuit. Wolf krimpt in elkaar van de pijn.
‘Niet doen!’roept hij, maar dan staat ze al voor hem en slaat hem met een zware bijbel links en rechts op zijn kop. ‘Wég!’ schreeuwt ze almaar, ‘wég beest, wég, wég!’
Wolf valt schuin tegen het harde voeteneind van het bed en zoekt om zich heen naar een uitweg, maar de deur is dicht. Oma staat vlak voor hem en hij kan nergens heen. Haar klappen lijken harder en harder te worden, hij hoort haar raspend uitademen bij iedere slag. Zwarte en rode vlekken dansen voor zijn ogen. Hij jankt en huilt tot zijn muil steeds verder opengaat, almaar wijder, en hij voelt de bijbel en de bottige handen van Oma tegen zijn tanden en dan slaan zijn kaken dicht.

Het is stil in het huisje. Oma is verdwenen. Wolf kijkt omlaag naar zijn buik, die zwaar en rond aan  zijn romp hangt. De margrieten liggen vertrapt op de roodgevlekte vloerlatten. Wolf gaat op de rand van het lege bed zitten en slaat zijn klauwen voor zijn ogen.

Blozende bloemen wint plaats in verhalenbundel

Mijn verhaal Blozende bloemen, geschreven naar aanleiding van een wedstrijd van uitgever Pamac, is als een van de winnende verhalen uit de bus gekomen. Het verhaal wordt opgenomen in de verhalenbundel met dezelfde naam als de wedstrijd: Oude vrouwen en de geur van chrysanten.
Een aparte naam voor een schrijfwedstrijd en de resulterende verhalenbundel? Nou en of. Mijn bijdrage is dan ook net zo buitenissig geworden.

De bundel wordt in augustus door Pamac uitgegeven, in gedrukte vorm en wellicht ook als e-book. Mijn complete verhaal is daarin te lezen, maar hier vast een fragment.

Ze verliest bijna haar evenwicht als de deur van de bloemenstal met een zachte klik opengaat. In een reflex grijpt ze naar de deurposten aan weerszijden en stoot hard haar vingers. Ze slaakt een verstikte kreet als ze beseft wat ze doet en dan golft de pijn door haar heen, van haar vingers door haar polsen rechtstreeks naar de traanklieren in haar ogen. Terwijl de tranen over haar wangen rollen ademt ze beverig in en uit.

 Langzaam trekt de pijn weg en komt de wereld weer in focus. Ze staat nog steeds in de deuropening van Blozende Bloemen. De deur staat wijd open en een koude wind blaast regendruppels in haar nek. Twee, drie stappen en dan staat ze midden in de stal, ongeveer op de plek waar vroeger de samengestelde boeketten in een kluitje bij elkaar stonden. Godzijdank kan de wind hier niet komen. In de stal hangt een zware geur van vocht, schimmel en ook van snijbloemen, beseft ze.

Ineens krijgt Leny de zwart-witfoto weer in het oog. De foto is haarscherp, alsof hij gisteren pas is genomen, en het onderwerp is makkelijk te herkennen. Onbegrijpelijk dat ze het van buiten niet zag. Op de foto staat de bloemenstal. Hij moet zijn genomen op een warme en heldere dag. De twee bomen links van de stal zijn een stuk kleiner dan nu en staan vol in het blad. Ze werpen grillige schaduwen over het winkeltje. In de deuropening staat een jonge vrouw. Ze draagt een ouderwetse jurk die op de foto effen grijs lijkt. Rozerood, denkt Leny, en verbaast zich over de gedachte. Die jurk kan elke willekeurige kleur wel hebben gehad. 

Ik hoop dat jullie nieuwsgierig zijn naar de rest! 🙂