Categorie archief: schrijfwedstrijd

Jureren voor (jeugd)schrijfwedstrijd Thrillerfestival Zoetermeer 2014!

De laatste tijd ontbreekt me  helaas de tijd om zelf te schrijven. Gelukkig gebeuren er andere leuke dingen op schrijfgebied. In Zoetermeer is een grote schrijfwedstrijd voor basisscholieren uit groep 8, en ik ben een van de gelukkigen die de 110 inzendingen mag beoordelen. Het is een schrijfwedstrijd voor spannende verhalen, in het kader van het Thrillerfestival 2014.

Het is ontzettend leuk om jurylid te zijn voor verhalen van deze leeftijdsgroep. De fantasie en oorspronkelijkheid spat van de pagina’s. Natuurlijk komen er ook veel vampiers, zombies en hier en daar een weerwolf voorbij, maar de jonge schrijvers weten daar dan toch hun eigen draai aan te geven.

Samen met de andere twee juryleden, Emmy Rijsdijk en Yvonne Putman van het Erasmus College, heb ik drie prijswinnaars geselecteerd. In totaal komen er zes verhalen in de bundel die zal worden uitgereikt aan alle bezoekers van het Thrillerfestival. De prijsuitreiking wordt gedaan door Laurens de Groot.

thrillerfestival-logo

Advertenties

Twee winnende verhalen in The Flying Dutch

Hoe trots was ik vandaag, toen ik de post opende en in een grote envelop vijf exemplaren van The Flying Dutch aantrof.

The Flying Dutch is het full color magazine van de Nederlandse Star Trek vereniging, een groep SF-liefhebbers die ook de jaarlijkse schrijfwedstrijd Trek Sagae sponsort. De 2012-editie van deze wedstrijd heb ik gewonnen met twee verhalen. Mike Jansen heeft de derde plaats veroverd. De prijsuitreiking vond dit najaar plaats, en de winnende verhalen zijn deze maand gepubliceerd in een flink middenkatern. Het ziet er geweldig uit. 🙂

Beenderen van de sapiens, nummer 1, speelt zich af in de verre, verre toekomst. Een toekomst waarin de mens op ons terugkijkt zoals wij nu op onze primitieve voorouders. Een toekomst waarin de menselijke natuur nog steeds voor ieder antwoord nieuwe vragen formuleert en waarin de menselijke individualiteit nog steeds springlevend is. De eerste alinea’s van dit verhaal:

Beenderen van de sapiens

Met een zachte kwast veegt Tamerei de laatste resten gruis van het fossiel dat half uit het zand steekt. Een spaakbeen, ellepijp en een aantal fijne botjes van een pols en hand. Homo sapiens, hij is er vrijwel zeker van. Hij heeft zijn team nog niet gewaarschuwd; het is ook nog mogelijk dat de botten van een oud soort mensaap zijn. De typerende vorm van een menselijke duim had hem zekerheid kunnen geven, maar die heeft hij niet kunnen vinden. Nog niet.

Hij kijkt op om er zeker van te zijn dat de beeldbewaarder die boven zijn schouder in de stoffige lucht zweeft actief is. Het is van cruciaal belang dat het apparaat alles registreert. Na jarenlange voorbereidingen wordt dit onherbergzame werelddeel voor het eerst onderzocht. Concurrerende opgravingsteams zijn zuidelijk en westelijk op het continent actief en iedereen wil de beste vondsten doen, de fossielen met het grootste wetenschappelijk belang uit de bodem halen.

Ondanks zijn reusachtige aantallen in het oeroude tijdperk van het holoceen is de homo sapiens nu, meer dan een miljoen jaar later, verrassend moeilijk te vinden.

In prijswinnaar 2, Appelbloesem in de nacht, rijdt een oude man, losgerukt van zijn wortels en alles wat hem dierbaar was, door een nachtelijk, winters bedrijventerrein. Zijn eenzame tocht wordt gedreven door verbittering, tot hij ontdekt dat niets ooit helemaal verloren gaat. Een paar alinea’s uit dit verhaal:

Appelbloesem in de nacht

Buiten is het gestopt met sneeuwen, behalve de poedersneeuw die opgejaagd door de wind van het asfalt opstuift. In de plotselinge stilte krijgen de windvlagen die tegen het busje duwen opnieuw een stem. Ze spelen samen, denkt Gerrit. Maar ze hebben er geen plezier in. Misschien is het geen spel. Ze snauwen en graaien naar elkaar met ruwe, witbeijzelde handen. Hij draait het contactsleuteltje om zodat de stroom van warme lucht uit de roosters in het dashboard weer op gang komt.

Dit is geen plaats voor mensen. Niet nu, niet meer. Misschien overdag, als de contractslaven de parkeerplaatsen bezetten met hun Opels en Audi’s en in pantalons en spijkerbroeken de bedrijfspanden binnenlopen. Hij kan ze gemakkelijk voor zich zien, met de zolen van hun dure leren schoenen en hooggehakte laarzen klikkend over de parkeerplaats, zich onbewust van de begraven schoonheid van deze plek. Zíj horen hier nu thuis. Hij is degene die hier geen plaats heeft. Toch blijft hij zitten.

Heb je zin om de verhalen te lezen, dan zijn er zeker nog exemplaren van het magazine beschikbaar: info@tfd.nl.

flyingdutch dec 2013

Pijnlijke overwinning

Vanochtend heel vroeg prijkte een mail van de organisator van de Trek Sagae 2012 schrijfwedstrijd in mijn mailbox. Ik was nog duf van de slaap, maar niet zo duf dat het bericht me ontging dat ik met mijn twee ingezonden verhalen zowel de eerste als de tweede prijs had gewonnen.
Een ongelooflijke eer voor een genrewedstrijd als deze, gericht op sf, fantasy en horror – onderwerpen die een bijzondere uitdaging vormen omdat ze de normale kaders en natuurlijke grenzen waarin de schrijver zich beweegt grotendeels wegslaan.

Het meest complete en zorgvuldige juryrapport dat ik ooit heb gelezen completeerde de mail. Organisator Dirk Bontes van Pure Fantasy, sponsor The Flying Dutch en de vakkundige jury met bekende namen; Chris Vroomen,  Remco van Straten, Esther Scherpenisse, Femke Dekker, Linda Mulders en Taïs Teng, hebben al met al een indrukwekkend staaltje werk geleverd.
Het is de tweede editie van deze wedstrijd en in mijn opinie voor alle aspirant schrijvers bijzonder interessant om aan deel te nemen. Volgend jaar is er vast een nieuwe editie en dus een nieuwe kans voor iedereen.
Mijn verhalen, Botten van de sapiens en Appelbloesem in de nacht, worden wellicht gepubliceerd in een van de komende uitgaven van SF-magazine The Flying Dutch. Als dat gebeurt, laat ik het hier weten.

Natuurlijk ben ik blij, trots en ook wel nederig, aangezien ik in het juryrapport heb gezien wat voor fantastische en originele ideeën de andere schrijvers hebben verwerkt in hun verhalen.

Maar toch. Nog geen drie uur later hoorde ik op kantoor dat de ziekte van een geliefde collega is gediagnosticeerd als terminaal. Een collega die we al vele jaren kennen, iemand die zich stil en rustig door de gangen beweegt,  die precies weet waar alles ligt in zijn grote kamer vol schermen en kabels, die je met een kleine grimlach vakkundig helpt bij kleine en grote vraagstukken, iemand die zacht spreekt maar goede dingen zegt. Een korte man met een groot karakter.

Deze schrijfoverwinning is heel speciaal voor me, maar toch nog niet zo speciaal als de gezondheid van mijn collega. Kon ik hem maar beter schrijven.

purefantasy

Gedeelde tweede plaats prijsuitreiking schrijfwedstrijd op Manuscripta

De prijsuitreiking van de Azra magazine/uitgeverij Parelz schrijfwedstrijd heeft een winnaar en een gedeelde tweede prijs (twee eervolle vermeldingen) opgeleverd. Een grote eer voor me om te kunnen melden dat ik met mijn verhaal Groene Vingers een van die twee eervolle vermeldingen in de wacht heb kunnen slepen.

Het (overigens geweldige) winnende verhaal en mijn verhaal zijn te vinden in Azra Magazine nr. 4, samen met meer verhalen en aansprekende artikelen, o.a. over de vraag ‘schrijfwedstrijden, de weg naar succes of niet?’ Dit magazine is absoluut een aanrader, ik ben van plan het in de toekomst vaker aan te schaffen.

Verhalenbundel Oude vrouwen en de geur van chrysanten is verkrijgbaar

De verhalenbundel Oude vrouwen en de geur van chrysanten, het tastbare resultaat van een schrijfwedstrijd van uitgeverij Pamac, verschijnt half september. Mijn verhaal, Blozende bloemen, staat er ook in. 🙂  Het is een verhaal van het type waar ik zelf graag van smul, een vertelling over onverklaarbare gebeurtenissen die leiden tot liefde en nieuwe kansen.
Hieronder een paar alinea’s uit het verhaal. Heb je zin om het boek te bestellen, dan vind ik dat natuurlijk enorm leuk! Je kunt de bestelling via mij doen.

—————-

Fragment uit Blozende bloemen

Dan staat ze stil. Ze kijkt rond, naar de bloemen, de planten, het witgeschilderde en volle interieur van de bloemenstal. Naar haar handen, die nog steeds glad, zacht en pijnloos zijn. Ze buigt haar hoofd en bestudeert haar slanke enkels en rechte voeten, in damesschoenen met kleine hakken en riempjes over de wreef die haar doen denken aan de mode in haar jeugd. Om haar kuiten golft een wijde katoenen jurk.
Rozerood.
Ze doet een paar stappen naar de deuropening en kijkt naar buiten. De emmer en boodschappentrolley zijn verdwenen, maar verder lijkt alles hetzelfde. Alle gebouwen staan er net als altijd; de appartementen aan de overkant en de bijna identieke lage flats die zich honderden meters aan weerszijden herhalen. Toch ziet het bruine baksteen van de woningen er anders uit, lichter, schoner misschien.
Ineens dringt het tot haar door. Het grote verschil. Ze hoort vogels tsjilpen, de wind waaien en nu ze goed luistert ook het hoge lachen van spelende kinderen in de verte. Wat ze niet hoort is het onophoudelijke razen van automotoren dat al tientallen jaren tegen de gevels kaatst.
Of toch: een pruttelend geronk verbreekt de stilte en wordt langzaam luider, tot een zwarte auto de hoek omdraait en in een rustig tempo de bloemenstal voorbijrijdt. Ze heeft geen verstand van auto’s, maar dit is duidelijk een fraaie oldtimer, zo glanzend dat hij nieuw lijkt. De vrouw op de passagiersstoel glimlacht en steekt een hand op. Ze heeft een sjaaltje over haar hoofd gebonden, maar niet zo strak als de hoofddoek van Leny’s Marokkaanse bovenbuurvrouw. Dit is een mondain glanzend doekje van pastelblauwe zijde en lijkt bedoeld te zijn om de blonde watergolfkrullen die eronder vandaan piepen, te beschermen tegen de wind. Opnieuw moet ze denken aan haar jeugd. Haar moeder had een aantal van zulke sjaaltjes, en zijzelf ook. Nog steeds, trouwens.
Weer komt er een auto voorbijrijden, opnieuw zo’n oldtimer in prachtige conditie, hoewel deze er gebruikt en wat stoffig uitziet. Leny staart hem na. Uiteindelijk draait ze zich om, loopt weer naar binnen en zoekt met haar ogen naar de foto aan de muur. Hij is weg. Waar de foto hing, hangt nu een ronde handspiegel met zijn steel aan een spijker.
Leny komt dichterbij. Het verbaast haar niet eens in de spiegel te zien dat haar wangen glad en rond zijn, haar ogen groot en helder en haar huid zacht en blozend als een perzik. Wie de spiegel weerkaatst weet ze niet, maar het is niet haar vertrouwde gezicht dat ze in 82 jaar oud en rimpelig heeft zien worden.