Verhaal: Schaatsen op de Schinkel

Mijn schaatsen bungelen aan mijn hand. Ik loop zo snel dat ze heen en weer zwaaien. De  punten van de ijzers prikken bij iedere zwaai in mijn bovenbeen. Als de beschermers er nog omheen hadden gezeten was dat niet zo pijnlijk geweest, maar die draag ik in mijn andere hand. Ik stop niet om ze vast te maken, daar heb ik geen tijd voor. Ik ga schaatsen!

De Schinkel is stijfbevroren. De brede sloot krioelt van kinderen in felgekleurde jacks en volwassenen met wollen sjaals. We wonen hier nog niet zo lang en ik ken niemand. Ik ga zitten op de kant, trek mijn oude leren schoenen uit en probeer mijn voeten in de schaatsen te krijgen. Het lukt niet, de veters zitten nog helemaal strak. Terwijl ik veter voor veter lostrek voel ik de eerste steken van de vrieskou in mijn tenen. Snel nou, los met die dingen.
De kunstschaatsen zijn tweedehands maar bijna nieuw,  het leer is nog stug en mooi wit. Eindelijk lukt het me mijn voeten erin te wurmen. Ik rijg en strik de onhandig lange veters, denk aan de instructies van mijn moeder – ‘goed strak, Cat!’, maak ze los en strik ze opnieuw.
Dan sta ik wankelend op. Ik kijk naar de andere schaatsers,  vooral naar de voeten van de meisjes en hun moeders. Sommige meisjes dragen schaatsen die zo vergeeld zijn dat ze beige lijken. Ik heb een vergenoegd soort medelijden met ze.

Ik zet af en zwier over het ijs, mijn armen een beetje gespreid. De twee staarten in mijn haar wapperen in de wind. Ik schaats in bochten om de kleine kinderen met hun glij-ijzertjes, bewonder een ouder paar dat sierlijk in de pas schaatst en zie dan een leeg stuk ijs. Als ik me buk en hard afzet op het ijs schiet ik vooruit. Aan de ene oever flitst het stadsparkje achter de Wolfertstraat voorbij, aan de andere oever de Schinkelweg.
Dan blijft mijn schaats steken op een dikke rietstengel. Ik schiet met de andere voet ver door, land op mijn rug en het volgende moment voel ik ijskoud water onder mijn kuit. Ik probeer op handen en billen terug te krabbelen, maar het ijs is te glad en ik glijd door naar een wak tussen het riet.
Kleine handen grijpen mijn arm en trekken me terug. Ik kijk om, in de ogen van een meisje van een jaar of acht, mijn eigen leeftijd. Ze glimlacht breed. Haar spierwitte tanden en grote bos zwarte krullen vallen me op. ‘Bedankt’, hijg ik, ‘ik schrok me rot’.
‘Graag gedaan! Heb je pijn?’ Als ik nee schud, draait ze zich om en schaatst in een half rondje om me heen. Haar schaatsen zijn  bruin verkleurd en gescheurd, maar ze is wel snel.
Aan de kant staat een ander meisje strak naar haar te kijken. Ze draagt geen schaatsen, maar rode suède laarsjes. ‘Kom nou, Badia!’ roept ze. ‘Het is allang mijn beurt!’ Ze schopt haar laarzen uit en gaat demonstratief op de sneeuw zitten. ‘Mijn beurt’, herhaalt ze, ‘doe ze nou uit.’

Even later zijn de rollen omgedraaid. Badia zit aan de kant en trekt de rode laarzen over haar voeten, het andere meisje rijdt wankele pirouettes op de stokoude schaatsen.
Ik schuifel verlegen naar Badia toe. ‘Hoi’, zeg ik.
‘Hoi, zegt ze terug. We zijn even stil.
‘Wil je delen?’ vraag ik. Ik steek een van mijn voeten uit om aan te geven wat ik bedoel.
‘Delen?’ Ze kijkt me verbaasd aan.
‘Ja, dan nemen we allebei één schaats. Leuk joh, dan kan je met je andere voet afzetten op het ijs.’
Haar gezicht klaart op. ‘Ja, goed!’
Als ik naast haar neerplof en de strakke veters van mijn rechterschaats lospeuter, vraagt ze mijn naam. ‘Cat’, zeg ik.
‘Ik heet Badia. Hier, geef maar.’ Mijn rechterschaats wisselt van eigenaar en de rode laarzen gaan aan onze kousenvoeten.  We komen overeind, wiebelen hevig op onze ene schaats, grijpen ons aan elkaar vast en even later hinkelschaatsen we weg.

Na twintig baantjes over de Schinkel kunnen we niet meer.  Badia’s wangen zijn knalrood, ik voel die van mij prikken en gloeien. Fahiha, haar zusje, lacht om ons maar ook zij staat te hijgen op het ijs.
‘Wacht even’, roep ik, en haal mijn leren schoenen op van de overkant. Fahiha is al, zomaar op haar ijzers, de Schinkelweg overgestoken naar een van de smalle, oude huizen die in een rijtje naast elkaar staan.  Badia geeft me mijn andere schaats terug en trekt aan mijn arm. ‘Kom mee naar ons huis, gaan we nana drinken!’
‘Oké!’ antwoord ik, ook al heb ik geen idee wat nana is.
In de kleine hal van hun huis moet ik eerst mijn schoenen uittrekken. Badia loopt me voor naar binnen, verdwijnt in de keuken en komt terug met een paar glazen dampende geelgroene thee. Ik heb nog nooit thee in een glas gezien,  mijn moeder gebruikt altijd gebloemde theekopjes.
De eerste slok van de hete pepermuntthee is een sensatie. Zó zoet en toch zó fris. ‘Lekker!’, roep ik. Badia en Fahiha giechelen. Hun moeder steekt haar hoofd om de keukendeur en glimlacht breed naar me. Een van haar voortanden is glanzend goud. Onder haar geborduurde hoofddoek bungelt een lange donkere vlecht.  ‘Eten?’ vraagt ze. Ik schud mijn hoofd. Ze vraagt het nog een paar keer, dringender, gebarend met haar handen. ‘Eten!’
‘Mijn moeder kent niet zoveel Nederlands’, zegt Badia. ‘Ze wil je gewoon een stukje brood geven, wij krijgen ook. ‘ Even later zitten we alle drie met een plat, driehoekig stuk witbrood in onze  handen. Het ruikt zoet en er zit een dikke laag pindakaas op. Met onze tanden scheuren we stukken van de stevige korst.

Als ik een half uur later met een volle buik naar huis ga, hebben we al afgesproken voor morgen. En overmorgen. En ook de dag daarna. Deze winter hoef ik niet meer alleen te schaatsen.

Advertenties

3 Reacties op “Verhaal: Schaatsen op de Schinkel

  1. Hallo Jannie, ik heb genoten van je Juf-Jannieverhalen, ik had ze allemaal al gelezen op http://www.verzinzoetermeer.nl. De jury prees de leuke titels van je verhalen en vond je verhaal over de bloemkoolwijk het meest aansprekend, vooral dat je dat stedebouwkundig element erbij haalde. Het is inderdaad lastig om op zo’n avond te onthouden wat er precies wordt gezegd, er is toch wat spanning en er worden veel inzendingen achter elkaar behandeld. Ik weet zeker dat het jurycommentaar ook nog per mail volgt, maar het kan misschien even duren.
    Groetjes,
    Cat

  2. Prachtig verhaal! Ik heb het boekje hier voor mij liggen en ben er blij mee.
    Het commentaar van de jury op mijn verhaal is een beetje langs mij heen gegaan. Krijgen we het misschien ook nog via de mail?

  3. Pingback: Schaatsverhaal in bundel 50 jaar Groeistad Zoetermeer | Cat Hil

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s