Roze kralen

‘Wat vind jij, de zwarte of de grijze? Of juist die rode om een statement te maken?’ Carina likt aan haar wijsvinger en poetst een vlekje van de bloedrode hakken van haar Louboutins. De rode pumps staan op de favorietenplank van haar inloopkast, tussen lage D&G laarsjes met een ingebrand patroon van kleine kroontjes en hooggehakte Romeinse sandalen van slangenleer.
Rombout reageert niet. Ze hoort hem in de badkamer rommelen. Geritsel van het gevlochten mandje waarin hij zijn vierbladige scheermesje bewaart en de flacon vochtinbrengende after-shave emulsie.

‘Rombout?’ Geen antwoord. Ze versmalt haar ogen, pakt een paar goedkope stilettohakken van de onderste plank en loopt naar de badkamer. Door de half open deur ziet ze de beslagen spiegel boven de wastafel. Haar man staat zo dichtbij zijn spiegelbeeld dat zijn neus het glas bijna raakt. Hij is naakt op zijn Calvin Klein boxershorts na. Zijn gebruinde huid glanst. Hij masseert een kleurloze gel in de huid onder zijn ogen. Op de wastafel staat haar potje eye contour gel, het deksel ligt ernaast.

Carina beschrijft een volle cirkel met haar rechterarm zoals haar vader het haar vroeger heeft geleerd en slingert de pumps bovenhands de badkamer in. Eén landt zonder schade aan te richten op een donzige handdoek, de ander raakt met een bevredigende klap zijn gladde bovenbeen. Met een scherpe kreet draait hij zich om, maar hij valt stil als hij Carina’s gezicht ziet.
‘Ik zei: de zwarte of de grijze? Of de rode?’ Ze houdt haar ogen strak en zonder te knipperen op de zijne gericht.
Hij wendt zich terug naar de wastafel. ‘Ik weet het niet, misschien die zwarte maar’, mompelt hij. Hij draait het deksel op het potje, werpt haar een snelle blik toe via de spiegel en neemt het potje af met zijn handdoek voor hij het terugzet op de plank. Op zijn been zit een lange donkerroze kras.
Ze glimlacht. ‘Idioot. Schiet nou maar op. Ik kom door jou niet te laat op de begrafenis van mijn eigen oma’. De pumps laat ze liggen.

Ze zit op bed. De boxspring matras is zo hoog dat zelfs met de Louboutins aan, haar voeten niet bij de grond komen. Ze kijkt weg van haar benen die zo kinderlijk bungelend over de rand hangen. Op het nachtblauwe satijn van de sprei ligt een ketting, roze kralen met bewerkte schakeltjes ertussen. Het snoer is zo lang dat de schakels en kralen samen een bergje vormen. Ze roert erdoor met haar wijsvinger. Het maakt een ratelend geluid. Uit de bewegende lussen stijgt een schimmelige lucht op.

‘Carina?’ Rombout loopt naar het bed. Hij draagt een antracietgrijs pak van Hugo Boss dat zijn slanke middel en vierkante schouders accentueert. Eronder het zwarte overhemd dat ze voor hem had klaargelegd. Een perfecte combinatie, een toonbeeld van mannelijke schoonheid.
‘Als je wilt gaan, ik ben klaar hoor’. Hij strekt zijn hand naar haar uit, aarzelt, trekt hem terug.
Ze laat het passeren. ‘Kijk’, ze houdt een lus van de ketting omhoog, ‘dit was mijn oma’s lievelingsketting. Ze had het stomme ding altijd om’.
Ze voelt meer dan dat ze ziet hoe Rombout zoekt naar de juiste reactie. ‘Mooi,’ waagt hij uiteindelijk.
Carina staart hem aan. ‘Je hebt toch ogen in je hoofd, of niet? ’t Is een plastic geval, niks waard. En het ruikt vies. Ze maakte d’r flatje allang niet meer goed schoon, die lucht zit in al haar spullen. Het is trouwens toch allemaal troep, ik heb het grof vuil al gebeld. Dit gooi ik ook weg’.
Ze laat de ketting vallen en staat abrupt op van het bed. Rombout doet haastig een stap naar achteren. Ze wuift hem opzij als ze langs hem naar de deur loopt. ‘Je bent wel echt een stoere pik, hè?’ Zonder antwoord te geven volgt hij haar de kamer uit.

Snelle voetstappen in de gang. Licht hijgend komt Carina terug de slaapkamer in. Ze pakt de ketting van de sprei, buigt haar hoofd en drukt hem tegen haar wang. Na een tijdje kijkt ze op. Met trillende handen hangt ze de ketting om haar nek. De roze kralen en schakeltjes komen tot op haar middel. In de spiegel naast het bed zien haar ogen er groot en kwetsbaar uit. Ze knijpt ze even stijf dicht, haalt diep adem en haast zich naar de overloop.
Rombout wacht bij de trap. Als hij Carina ziet haalt hij de autosleutels uit de zak van zijn pantalon. Hij beweegt wat opzij om haar te laten passeren. Dan ziet hij de lange ketting die tegen haar borsten danst. ‘Hee, heb je ‘m toch omgedaan? Je zou dat ding toch weggooien?’ Hij tikt zachtjes tegen een grote kraal.

Carina ziet zijn hand dichterbij komen, zijn gemanicuurde vinger met donkerblonde haartjes die de ketting van haar grootmoeder aanraakt. Ze ontwijkt hem met een onbeheerste draai. Onder haar rechtervoet breekt de hak van de Louboutin af. Een vochtig ploppend geluid, alsof de schoen een ledemaat kwijtraakt. Haar enkel buigt door, haar knie volgt, haar heup en dan haar hele lichaam. In stilte valt ze van de trap, met zwaaiende armen en een opengesperde mond.
Pas als ze de grond raakt klinkt geluid; de inslag van haar lichaam, het kraken van de houten vloer, een kletterende regenbui van lichtroze kralen die haar de trap af volgen.

Op de overloop staat Rombout, een mooie man in een Hugo Bosspak. Zijn mond hangt open. Aan zijn uitgestrekte wijsvinger bungelt een eindje ketting met een enkele grote kraal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s