Nieuwe publicatie: Verhalen en schrijfoefeningen van de Werkgroep Proza

Eind 2015 was het dan zover: de schrijfgroep waarvan ik coördinator ben, bracht een eigen publicatie uit!

Het unieke van dit boekje is dat het niet alleen verhalen bevat. Ook de allerbeste schrijftips en schrijfoefeningen van mijn schrijfgroep, de Werkgroep Proza, zijn opgenomen in deze publicatie. Denk aan thema’s, zelfcensuur, de maatschappij enzovoorts. Twaalf stukken schrijfkennis om je tanden in te zetten.
Daarnaast hebben de twaalf enthousiaste schrijvers van de werkgroep hun mooiste verhalen opgeleverd zodat iedereen ervan kan genieten. En geloof me, ze zijn mooi. 🙂

Een heel geschikt boekje dus om lekker bij weg te dromen, maar vooral ook om je eigen schrijfvaardigheden bij te slijpen.

Hier kun je mijn inleiding lezen.

Erg leuk was het om te zien hoe enthousiast de aanwezigen reageerden bij de goedbezochte boekpresentatie in Bibliotheek Zoetermeer.

Heb je interesse in het boekje? Je kunt het lenen via je eigen Bibliotheek (de bibliotheken onderling lenen hun collecties uit), of kopen bij mij voor een tientje exclusief verzondkosten.

ISBN: 9789087595623

2015-10-16-14_55_38-clipboard

Van Zoete meren en bruisende woorden – Verhalen en schrijfoefeningen van de Werkgroep Proza

boekpresentatie werkgroep Proza-7624

Ik krijg bloemen en een kus van werkgroeplid Jolanda (links) voor het optreden als redacteur voor de bundel.

boekpresentatie werkgroep Proza-7612

Emmy Rijsdijk verzorgde de inleiding bij de boekpresentatie.

Advertenties

Waarom wordt onze zorgpremie hoger?

 .

Interview met woordvoerder van staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport

(spotschrift)

 Waarom wordt onze zorgpremie ieder jaar hoger?

“Zorg wordt steeds duurder. Dat weten de meeste mensen, maar meer uitleg is toch op zijn plaats. Kosten- en efficiencyoverwegingen hebben geleid tot ons nieuwe zorgstelsel. De premies die de verzekeraars vragen, horen bij dit stelsel. Als je kiest voor iets nieuws, dan moet je je daar ook aan committeren. De regering van Nederland doet dat en vaart een standvastige koers.”

Dus waarom wordt onze zorgpremie ieder jaar hoger?

“Zoals ik zojuist uiteenzette heeft dat te maken met ons nieuwe zorgstelsel. Dat moet natuurlijk gefinancierd worden. Behandelingen als een wattenpropje uit een oor halen tot het diagnosticeren van een ingegroeide teennagel hebben allemaal een gestandaardiseerd tarief toegewezen gekregen. Zo is het niet langer strikt noodzakelijk de kosten te berekenen voor welke materialen zijn gebruikt, hoe lang een patiënt bij de specialist is geweest en welke handelingen daadwerkelijk zijn verricht, voor alles wordt simpelweg een alles dekkend, hoog tarief gerekend. Dat is uiterst efficiënt en de verzekeraars zijn dan ook heel content met deze overzichtelijke manier van werken.”

En waarom is het dan dat de premie ieder jaar hoger wordt?

“Graag verwijs ik terug naar mijn eerdere antwoord over de gestandaardiseerde tarieven. Die tarieven hebben niet alleen te maken met de verzekeraars, maar komen ook vanuit de farmaceutische industrie, die medicamenten laat ontwikkelen en ze produceert. Nederland is zich scherp bewust van haar verantwoordelijkheid jegens industrieën die een noodzakelijk product voortbrengen.  Ditzelfde geldt voor de diverse zorgverzekeraars: zij vormen een onmisbare schakel in de keten die leidt naar een optimaal volksgezondheidsbeleid. Vanzelfsprekend hebben zij de vrijheid te handelen naar de voor hen meest optimale kosten-/batenoverwegingen.
Dat is ook voor de Nederlandse burger alleen maar gunstig; immers: een bloeiende industrie brengt werkgelegenheid en dus een gezonde koopkracht met zich mee. En die kan vervolgens prima aangewend worden om de eigen bijdragen op medicijnen te bekostigen.”

Maar waarom wordt de premie dan ieder jaar hoger?

“Ik heb reeds uiteengezet welke krachten inwerken op de tarieven voor de Nederlandse zorg. Indien u gezond en werkende bent en werknemerspremies afdraagt, dan zult u zich er wel van bewust zijn dat u via deze belastingen een aanzienlijk deel van de zorgkosten financiert voor uw mede-Nederlanders. Vooral ouderen en chronisch zieken, die zoals bekend vaker en ernstiger gezondheidsklachten hebben, trekken in dit opzicht uw portemonnee leeg. Hoewel zij zelf ook premies afdragen, is dit onvoldoende om de tarieven zoals eerder uiteengezet volledig te kunnen dekken.

Natuurlijk vinden wij solidariteit het allerhoogste goed, wij Nederlanders zijn er immers voor elkaar. Daar hoort ook bij dat wij samen de zorg in onze maatschappij dragen, in financieel opzicht maar ook door bijvoorbeeld mantelzorg. Ook ú kunt wat doen. Wellicht kunt u uw oudere buurvrouw of grootouders helpen door af en toe hun huis schoon te maken, ze onder de douche te zetten, terminale zorg te verlenen of, als dit alles nog niet aan de orde is, zorg te dragen voor enige informatie waarmee u hun zelfredzaamheid vergroot, zoals het geven van instructie omtrent het bereiken van een vrijwillig levenseinde. Ik heb begrepen dat de onderlinge betrokkenheid in ons land zo hoog is, dat er via internet diverse zeer mensvriendelijke methoden te vinden zijn om snel en pijnloos een einde te maken aan de periode van niet-productiviteit van uw oudere of zieke familielid of kennis. Zij zullen u voor deze informatie ongetwijfeld dankbaar zijn.”

 @Cat Hil 2014. Disclaimer: dit interview evenals de geïnterviewde zijn fictief (echter wel geïnspireerd door werkelijke omstandigheden :-).

zorg-basis-risico

Tweede schrijfgroep in Zoetermeer

Al drie jaar coördineer ik een schrijfgroep in Zoetermeer; de Werkgroep Proza. Iedere maand komen we bij elkaar en bespreken elkaars teksten, doen samen een schrijfoefening en hebben kortweg een prima tijd. Als coördinator geef ik ook schrijftips, onderhoud de besloten site en bereid de schrijfoefeningen voor.
De bijeenkomsten zijn altijd leuk en geweldig leerzaam; alle deelnemers geven aan dat hun werk echt vooruit is gegaan door de feedback van de werkgroep.

Begin dit jaar werd duidelijk dat de werkgroep zo vol begon te zitten, dat we te weinig tijd hadden om alle teksten goed te behandelen. Reden om een tweede werkgroep op te starten, en die is nu een feit.
Per oktober heeft Zoetermeer twee schrijfgroepen: een voor schrijvers van korte verhalen, en een voor mensen die aan een boek werken. Een prima verdeling; zo kunnen we de inhoud van de avonden ook echt toespitsen op de twee onderwerpen.

Voorlopig coördineer ik allebei de groepen, tot we voor de boekengroep een nieuwe (vrijwillige) coördinator hebben gevonden. Ken je iemand of heb je zelf interesse? En anders zou het heel fijn zijn als je dit bericht wilt delen. :*

Gezocht: coördinator schrijfgroep

Jureren voor (jeugd)schrijfwedstrijd Thrillerfestival Zoetermeer 2014!

De laatste tijd ontbreekt me  helaas de tijd om zelf te schrijven. Gelukkig gebeuren er andere leuke dingen op schrijfgebied. In Zoetermeer is een grote schrijfwedstrijd voor basisscholieren uit groep 8, en ik ben een van de gelukkigen die de 110 inzendingen mag beoordelen. Het is een schrijfwedstrijd voor spannende verhalen, in het kader van het Thrillerfestival 2014.

Het is ontzettend leuk om jurylid te zijn voor verhalen van deze leeftijdsgroep. De fantasie en oorspronkelijkheid spat van de pagina’s. Natuurlijk komen er ook veel vampiers, zombies en hier en daar een weerwolf voorbij, maar de jonge schrijvers weten daar dan toch hun eigen draai aan te geven.

Samen met de andere twee juryleden, Emmy Rijsdijk en Yvonne Putman van het Erasmus College, heb ik drie prijswinnaars geselecteerd. In totaal komen er zes verhalen in de bundel die zal worden uitgereikt aan alle bezoekers van het Thrillerfestival. De prijsuitreiking wordt gedaan door Laurens de Groot.

thrillerfestival-logo

Twee winnende verhalen in The Flying Dutch

Hoe trots was ik vandaag, toen ik de post opende en in een grote envelop vijf exemplaren van The Flying Dutch aantrof.

The Flying Dutch is het full color magazine van de Nederlandse Star Trek vereniging, een groep SF-liefhebbers die ook de jaarlijkse schrijfwedstrijd Trek Sagae sponsort. De 2012-editie van deze wedstrijd heb ik gewonnen met twee verhalen. Mike Jansen heeft de derde plaats veroverd. De prijsuitreiking vond dit najaar plaats, en de winnende verhalen zijn deze maand gepubliceerd in een flink middenkatern. Het ziet er geweldig uit. 🙂

Beenderen van de sapiens, nummer 1, speelt zich af in de verre, verre toekomst. Een toekomst waarin de mens op ons terugkijkt zoals wij nu op onze primitieve voorouders. Een toekomst waarin de menselijke natuur nog steeds voor ieder antwoord nieuwe vragen formuleert en waarin de menselijke individualiteit nog steeds springlevend is. De eerste alinea’s van dit verhaal:

Beenderen van de sapiens

Met een zachte kwast veegt Tamerei de laatste resten gruis van het fossiel dat half uit het zand steekt. Een spaakbeen, ellepijp en een aantal fijne botjes van een pols en hand. Homo sapiens, hij is er vrijwel zeker van. Hij heeft zijn team nog niet gewaarschuwd; het is ook nog mogelijk dat de botten van een oud soort mensaap zijn. De typerende vorm van een menselijke duim had hem zekerheid kunnen geven, maar die heeft hij niet kunnen vinden. Nog niet.

Hij kijkt op om er zeker van te zijn dat de beeldbewaarder die boven zijn schouder in de stoffige lucht zweeft actief is. Het is van cruciaal belang dat het apparaat alles registreert. Na jarenlange voorbereidingen wordt dit onherbergzame werelddeel voor het eerst onderzocht. Concurrerende opgravingsteams zijn zuidelijk en westelijk op het continent actief en iedereen wil de beste vondsten doen, de fossielen met het grootste wetenschappelijk belang uit de bodem halen.

Ondanks zijn reusachtige aantallen in het oeroude tijdperk van het holoceen is de homo sapiens nu, meer dan een miljoen jaar later, verrassend moeilijk te vinden.

In prijswinnaar 2, Appelbloesem in de nacht, rijdt een oude man, losgerukt van zijn wortels en alles wat hem dierbaar was, door een nachtelijk, winters bedrijventerrein. Zijn eenzame tocht wordt gedreven door verbittering, tot hij ontdekt dat niets ooit helemaal verloren gaat. Een paar alinea’s uit dit verhaal:

Appelbloesem in de nacht

Buiten is het gestopt met sneeuwen, behalve de poedersneeuw die opgejaagd door de wind van het asfalt opstuift. In de plotselinge stilte krijgen de windvlagen die tegen het busje duwen opnieuw een stem. Ze spelen samen, denkt Gerrit. Maar ze hebben er geen plezier in. Misschien is het geen spel. Ze snauwen en graaien naar elkaar met ruwe, witbeijzelde handen. Hij draait het contactsleuteltje om zodat de stroom van warme lucht uit de roosters in het dashboard weer op gang komt.

Dit is geen plaats voor mensen. Niet nu, niet meer. Misschien overdag, als de contractslaven de parkeerplaatsen bezetten met hun Opels en Audi’s en in pantalons en spijkerbroeken de bedrijfspanden binnenlopen. Hij kan ze gemakkelijk voor zich zien, met de zolen van hun dure leren schoenen en hooggehakte laarzen klikkend over de parkeerplaats, zich onbewust van de begraven schoonheid van deze plek. Zíj horen hier nu thuis. Hij is degene die hier geen plaats heeft. Toch blijft hij zitten.

Heb je zin om de verhalen te lezen, dan zijn er zeker nog exemplaren van het magazine beschikbaar: info@tfd.nl.

flyingdutch dec 2013

Over verhaal ‘De weg naar huis’

 

De laatste tijd heb ik (te) weinig tijd om te schrijven. Dat is jammer en vervelend, maar gelukkig kan ik altijd nog wat schrijfkriebels kwijt in mijn maandelijkse schrijfgroep.

Een van de dingen waar ik dan aan herinnerd word, is te kijken naar leuke schrijfwedstrijden. En ja hoor, schrijfwedstrijd ‘Een fantastische reis’ sprak me wel aan, maar helaas: de deadline was al bijna verstreken. Toch heb ik een verhaal geschreven, niet meer ingestuurd, maar dat hoeft ook niet altijd. Het was meteen een prima oefening in het gebruik van twee verhaallijnen, een onderwerp dat ik net met de schrijfgroep had behandeld.

Ik hoop dat jullie plezier beleven aan De weg naar huis. Laat je het me weten? 🙂

volkswagen

De weg naar huis

 

De eerste keer dat Karsten het meisje zag was hij zĂł dronken, dat hij het later afdeed als verbeelding.

Hij lag op zijn rug op de vuilwitte achterbank van zijn Volkswagen kampeerbusje. Zijn benen pasten niet op de bank. Het rechterbeen bungelde krachteloos tot op de vloer, het linkerbeen was opgetrokken waardoor de urinevlek in zijn broek zichtbaar was voor iedere voorbijganger die de moeite nam naar binnen te kijken. Maar er waren geen voorbijgangers die hem konden zien. Niet op deze parkeerplaats langs de snelweg om twee uur ’s nachts. Er was al lange tijd niemand geweest die Karsten écht zag. Hij leek onzichtbaar te zijn voor de drukbezette leden van de samenleving in hun nooit-eindigende migratie tussen werk, huis en school.
Die dag waren zijn laatste meubels opgehaald door de Kringloop. De paar bezittingen die hij wilde houden lagen in koffers achterin het oude VW-busje. Toen hij niemand meer verwachtte had hij nog een ronde gemaakt door de lege kamers en trok daarna voor de laatste keer de voordeur achter zich dicht. Hij stapte in het busje en draaide de contactsleutel om. Terwijl de motor trillend aansloeg keek hij door het stoffige portierraam naar de benedenwoning waar hij meer dan veertig jaar had gewoond. De jonge gestalte van zijn rechterbuurvrouw verscheen voor haar raam. Hij stak zijn hand op, maar ze was alweer weg. Hij gaf gas en reed de straat uit zonder om te kijken.

Het kleine meisje had al snel begrepen dat het Volkswagenbusje waarin ze woonde weer verkocht was. Ze herkende inmiddels de signalen: het gesprek van de huidige eigenaar met een vreemde, de proefrit, de handdruk en de overhandiging van de sleutels. Ze was op het kleine aanrechtblad geklommen om langs de rafelige gordijntjes naar buiten te turen, in de veilige wetenschap dat ze haar niet konden zien. De oude man die de proefrit had gemaakt zag er triest uit, vond ze. Hij had een gezicht vol vouwen en plooien dat haar deed denken aan lang geleden, toen ze nog een grootvader had. Toen hij moest remmen voor een groep ganzen die over de weg waggelden, had hij geglimlacht. Het was maar een kleine glimlach die hem er niet minder triest uit deed zien, maar de plotselinge vriendelijkheid van zijn uitdrukking trof haar. Ze verloor zich in herinneringen. Heerlijk vond ze het te denken aan haar familie, het spelen buiten, het warme huis met haar eigen kleine kamer. Behalve die ene herinnering die soms toch de kop opstak, van het leuke ritje in de toen nog gloednieuwe Volkswagenbus op weg naar een beloofd ijsje, en niet veel later de pijn van haar eigen stervende lichaam. Haar lichaam werd weggedragen, maar zij was niet meegegaan. Ze bleef. Ze wilde terug naar huis en de bus was de enige plaats waar ze een band met thuis voelde.
Toen ze de onaangename herinneringen eindelijk had weggeduwd, zag ze de oude man opnieuw voorin de bus zitten. Ze wist niet hoeveel tijd er verstreken was, dat wist ze nooit meer. De tijd leek elastisch te zijn, zich dan weer eindeloos uit te strekken om daarna onverwachte sprongen te maken. De man had andere kleren aan en het begon donker te worden. Buiten zoefden de kale takken van de bomen langs het asfalt in hoog tempo voorbij. Alsof hij haar aanwezigheid voelde, keek hij over zijn schouder. Ze trok zich terug in de schaduwen waarin ze zich het grootste deel van de tijd bevond.

Lees verder